Pieter Koenders onderzoek
naar de lokale geschiedenis
(Arnhem en Nijmegen)
Er is op bescheiden schaal onderzoek gedaan naar de homo
geschiedenis van Nijmegen in de periode na de tweede wereldoorlog. Meestal
in het kader van breder onderzoek. Een sleutelrol wordt hierin gespeeld
door Pieter Koenders. Hij had al enige faam verworven met zijn onderzoek
naar de verborgen geschiedenis van homoseksualiteit tijdens de Duitse
bezetting (“Homoseksualiteit in bezet Nederland”, herziene
uitgave 1984). In 1987 verscheen zijn samen met Hans Warmerdam geschreven
en ongelooflijk rijk geïllustreerde “Cultuur en Ontspanning.
Het COC 1946-1966”. In 1996 publiceerde hij zijn magnum opus “Tussen
Christelijk Réveil en seksuele revolutie. Bestrijding van de zedeloosheid
met de nadruk op repressie van homoseksualiteit.”

In het boek over de bezetting komt geen enkele verwijzing
voor naar de roze geschiedenis van Nijmegen tijdens de tweede wereldoorlog.
In de beide andere boeken staan een paar hoofdstukjes die het citeren
waard zijn.
Nijmegen was tot in het midden van de jaren zestig een door en door Roomse
stad waarin een zeer repressief en antihomoseksueel klimaat heerste. Een
homoseksuele sub cultuur in de vorm van eigen kroegen bestond er niet.
Nijmeegse homo’s gingen dan ook uit in Arnhem, in die tijd een veel
liberaler stad, dan Nijmegen. In de tijd dat ik zelf in Nijmegen kwam
wonen, in 1972, heette de laatste trein van Arnhem naar Nijmegen nog de
“nichten expres”.
Toen het COC na de oorlog ontstond probeerde het her en der in het land
plaatselijke afdelingen te stichten. In 1953 lukte dat in Arnhem. De vroege
geschiedenis van die afdeling wordt fraai, maar jammer genoeg veel te
summier, geschetst door Koenders en Warmerdam. De stad Nijmegen viel sindsdien
onder de afdeling Arnhem. Pas in 1968 ontstaan in Nijmegen eigen initiatieven:
de kerngroep 552 waaruit in 1971 een eigen COC afdeling Nijmegen zal ontstaan.
Hier volgen enige scans uit het geciteerde boek:
De foto is van pagina 198 en de tekst over het COC Arnhem is terug
te vinden op pagina 201 ev.


Pieter Koenders onderzoek naar de lokale geschiedenis
(Arnhem en Nijmegen)
Hoewel er ook in Arnhem voor de oorlog nog geen homo-kroeg
bestond kende de stad wel enkele subculturele niches waar homo’s
elkaar ontmoetten. Ook in Arnhem gold dat voor een aantal openbare waterplaatsen.
Volgens Koenders was het luxe urinoir Ziepsepoort aan het Willemsplein
zelfs berucht. Andere die genoemd werden: Velperpoort,
de hal van het station aan de Rijnkade, een baan in het park Sonsbeek.
En een van zijn zegslieden heeft het zelfs over een flaneerroute van Veleperpoort
via Rijnstraat, Vijzelstraat en Ketelstraat. En dan wordt
de Steenstraat ook nog overgeslagen: toch een heel eind. Begin jaren zeventig
was de hal van het NS station nog steeds een cruising area.
In Arnhem was in 1934 een nieuw tippelverbod afgekondigd en dat verklaart
volgens Pieter Koenders de hoge aantallen zedenzaken in Arnhem. Hij meldt
verder dat er in Arnhem gemiddeld 5 248bis verbalen werden opgemaakt met
een maximum van 10 in 1935. Het lijkt weinig
maar als met de bevolkingsomvang rekening wordt gehouden zijn dat
er twee maal zoveel als in Amsterdam

|