De Roze Driehoek
Toen homoseksuele jongeren in 1970 deel wilden nemen aan de kranslegging
tijdens de dodenherdenking op de Dam in Amsterdam werden zij direct opgepakt
en gearresteerd. Het werd toen als zeer ongepast ervaren dat homoseksuelen
als homo´s aan een dergelijke herdenking deelnamen. Dat de nazi´s
ook homoseksuelen vervolgd hadden was vijfentwintig jaar na de bevrijding
vrijwel vergeten. Ook in de officiële geschiedschrijving werd hieraan
nauwelijks aandacht besteed.
Nazi-Duitsland
Tijdens de Weimarer republiek kende Duitsland –althans
in de grote steden- een grote en bloeiende homoseksuele subcultuur met
eigen uitgaansgelegenheden, tijdschriften en verenigingen. Een van de
bekendste voorvechters van de homobeweging, Magnus Hirschfeld, publiceerde
tientallen boeken over homoseksualiteit en vestigde in Berlijn een wereldvermaard
seksuologisch instituut. Dankzij steun van de linkse partijen lukte het
hem zelfs bijna paragraaf 175 de wet die homoseksualiteit nog strafbaar
stelde te doen afschaffen. De machtsovername door de nazi’s begin
1933 maakte abrupt een einde aan de verworvenheden van de Weimarer republiek.
Direct na de machtsovername werden linkse politieke partijen en vakbonden
het werken onmogelijk gemaakt en verdwenen de eerste politieke gevangenen
in de gevangenissen die de eerste concentratiekampen zouden worden. De
nazi´s beschouwden homoseksuele mannen eveneens als staatsgevaarlijk
o.a. omdat zij niet zouden bijdragen aan de aanwas van het volk.
Tijdens de eerste boekverbrandingen in mei 1933 al plunderden nazistische
studentengroepen het seksuologisch instituut en het was de bibliotheek
van dit instituut die als eerste in de vlammen verdween. Een uit het instituut
geroofde bronzen portretbuste van Magnus Hirschfeld eindigde ook op de
brandstapel. Verenigingen en tijdschriften werden vrijwel direct verboden
en kroegen gesloten. Paragraaf 175 werd in de loop van de tijd steeds
verder aangescherpt en met nieuwe maatregelen aangevuld totdat homoseksualiteit
in sommige gevallen zelfs weer met de dood bestraft kon worden.
De vervolging van homoseksuelen werd o.a. mogelijk gemaakt doordat
de politie in de Duitse steden een registratie aanlegde van iedereen die
verdacht werd homo te zijn. Als je als homo eenmaal op zo´n ´rosa
Liste` stond was je zo goed als vogelvrij. Duizenden werden opgepakt,
veroordeeld tot zware gevangenisstraffen en na het uitzitten van hun
straf vaak in concentratiekampen gestopt: in Schutzhaft, preventieve hechtenis.
In de grotere en meer gespecialiseerde kampen droegen de homoseksuele
gevangenen ter onderscheiding van de anderen roze driehoeken. De roze
driehoeken werden soms in aparte barakken opgesloten en in de lastigste
“Kommandos” geplaatst. Ze konden niet rekenen op bescherming
van speciale groepen: bijvoorbeeld de criminele gevangenen (de groene
driehoeken) of de politieke gevangenen (rode driehoeken). De overlevingskansen
waren dus gering.
Over het totale aantal slachtoffers lopen de schattingen nog steeds
enorm uiteen. De meest recente onderzoekingen houden het op ruim honderdduizend
mannen die vanwege § 175 in kampen terecht zijn gekomen en op tien-
tot vijftienduizend die dat niet overleefd hebben.
Nederland
De vooroorlogse Nederlandse homobeweging was piepklein en weinig invloedrijk.
In Nederland was homoseksueel gedrag in bepaalde gevallen eveneens strafbaar
en het publieke klimaat was mede onder invloed van
de confessionele meerderheid zeer antihomoseksueel. Vrijwel direct na
de Duitse inval kondigde de bezetter een verordening af waarin homoseksueel
gedrag strenger bestraft werd. De bibliotheek van de beweging werd in
beslag genomen en is afgevoerd naar Duitsland en daar spoorloos verdwenen.
En hoewel er ook in Nederland sprake is van een strenger vervolgingsbeleid
en enkele razzia´s op homobijeenkomsten bekend zijn is het hier
toch niet tot een systematische vervolging gekomen. Ook is het aantal
homoseksuelen dat in een concentratiekamp terecht is gekomen beperkt gebleven.
Na de oorlog
Zowel in Nederland als in Duitsland is er een grote continuïteit
in het antihomoseksuele maatschappelijk klimaat. In Nederland wordt de
Duitse anti-homo verordening weliswaar ingetrokken maar bereikt het aantal
processen tegen homoseksuelen in de jaren vijftig een hoogtepunt. Wel
ontstaat er een allengs aan invloed winnende homobeweging, het COC.
De anti homoseksuele wetgeving wordt echter pas in 1972 afgeschaft. Sindsdien
neemt het COC deel aan de dodenherdenking op de Dam.
In Nijmegen wordt sinds 1976 aan de dodenherdenking deelgenomen.
In West-Duitsland wordt de nazi wetgeving gewoon gehandhaafd, homoseksuelen
die uit het concentratiekamp komen worden niet erkend
als slachtoffer van het nazisme maar als gewone misdadigers beschouwd
en ook in Duitsland neemt het aantal processen tegen homo´s in de
jaren 50 snel toe. In Duitsland is de homobeweging zo goed als uitgeroeid.
Die ontstaat pas weer aan het eind van de jaren zestig. Uiteindelijk
worden ook in Duitsland de nazi wetten afgeschaft maar pas in 1969.
In beide landen wordt de vervolging van homo´s door de nazi´s
ontkend en zo goed als vergeten. In Amsterdam wordt in 1987 het homomonument
onthuld om de slachtoffers van de homovervolging van alle tijden te gedenken.
In Duitsland wordt in concentratiekamp Sachsenhausen in 1992 een klein
monument onthuld. Hoewel de nazi vervolging uiteindelijk erkend wordt
is er nog geen enkel homoseksueel slachtoffer voor Wiedergutmachung in
aanmerking gekomen. In Nederland komt uiteindelijk maar een vervolgde
homoseksueel in aanmerking voor een uitkering krachtens de Wet Uitkering
Vervolgingsslachtoffers.
Helm de Laat
1 mei 2006
Terug naar Laatste Nieuws
|